Geschiedenis van de gitaar

De gitaar is een snaarinstrument dat wordt bespeeld met de vingers of met een plectrum. Het woord gitaar stamt af van het Perzische “taar” dat “snaar” betekent.

De voorloper van de gitaar was de gitara, een instrument dat gebruikt werd bij de oude Grieken. Hoe dat instrument in Spanje is geraakt is niet duidelijk. Mogelijk is een luit uit Mesopotamië naar dit land gebracht door de Moren, of een Romeinse citer, waar men dan een hals zou op hebben aangebracht. Het was geen gitaar zoals we ze nu kennen, maar ze had er wel zeer veel van weg. Het succes van zowel de Spaanse Vihuela da mano, zeskorig (zes dubbele snaren), als de Italiaanse renaissancegitaar, vierkorig (vier dubbele snaren), heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de Guitarra Española. Deze rijkelijk versierde en met vijf dubbele snaren bespannen barokgitaar is ontstaan in Spanje op het einde van de zestiende eeuw.

Rond 1780 werd er nog een zesde paar snaren toegevoegd aan de Guitarra Española. De meeste zeskorige gitaren in Spanje werden gebouwd in Cádiz. Bijna gelijktijdig werden de zes koren ontdubbeld, eerst in Frankrijk en Italië, Spanje volgde pas veel later. Ook de snaarspanning werd verhoogd. Dit werd dan de zes-snarige “romantische gitaar” genoemd, met haar typische snorvormige kam.

In de negentiende eeuw werden er mechanische stemschroeven aan toegevoegd, en rond 1884 bouwde Antonio de Torres Jurado de eerste gitaar die qua vorm en bouwprincipes maar weinig meer verschilde van de ‘klassieke gitaar’ zoals wij die vandaag kennen.

Niet alleen in Spanje maar in de meeste West-Europese landen werd dit instrument bespeeld in aristocratische kringen waar het overigens meer gewaardeerd werd dan in Spanje zelf. Gitaristen zoals Robert de Visée en Francesco Corbetta waren vast verbonden aan het hof van Lodewijk XIV. Hun muziekbundels werden opgedragen aan de koning die, evenals zijn dochters, ook zelf een fervent gitaarspeler was.

In de 18e eeuw waren Wenen en Parijs de belangrijkste gitaarcentra waar gitaarvirtuozen zoals Mauro Giuliani en Fernando Sor actief waren.

De hedendaagse gitaartechnieken zijn volledig gebaseerd op het werk van gitaristen zoals Francisco Tarréga en Emilio Pujol.

In de twintigste eeuw hebben in Spanje de (klassiek geschoolde) gitaristen Andrés Segovia en Narciso Yepes – gevolgd door Alexander Lagoya en Ida Presti in Parijs en Julian Bream en John Williams in Engeland – voor de grote doorbraak gezorgd. Ook het Concierto de Aranjuez van de componist Joaquín Rodrigo is bij een groot publiek bekend.

Thuis Gitaarles - GeschiedenisDe westerngitaar of steelstringgitaar is een akoestische gitaar met stalen snaren, niet te verwarren met de lapsteelgitaar. Evenals de Spaanse gitaar heeft de steelstringgitaar 6 snaren. Een andere veel gebruikte benaming is flattopgitaar. Als het instrument aangeduid wordt met akoestische gitaar wordt dat meestal bedoeld in tegenstelling tot de elektrische gitaar.

De steelstringgitaar heeft doorgaans een vlak bovenblad (in de V.S. wordt zij ook wel flattop genoemd). Als het bovenblad gewelfd is, is dat meestal ook bij het achterblad het geval en spreekt men van archtop. Deze archtopgitaren worden meestal elektrisch versterkt, omdat het akoestische geluid vanwege de dikte van het gebruikte materiaal kwalitatief minder is.

De achter- en zijkanten van steelstrings van hoge kwaliteit, zijn vaak uit Oost-Indisch- of Braziliaans palissander (rosewood) vervaardigd, soms van esdoorn (maple). Minder duur wordt het als de gitaarbouwer kiest voor mahonie; de kwaliteit van de gitaar kan dan nog goed zijn. De achterkanten kunnen twee- of driedelig zijn en zelfs vervaardigd zijn van synthetische materialen (zie Ovation). Ook de manier waarop de klankkast verstevigd wordt speelt een rol bij het geluid dat de gitaar voortbrengt. Het standaard X-frame in de klankkast kan bijvoorbeeld voorzien zijn van iets dunnere latjes. Dit versterkt de trillingen van het bovenblad en is met name gunstig voor de weergave van de lage tonen.

Steelstringgitaren zijn er in vele vormen en maten. Anders dan bij de klassieke gitaar, waar de vormgeving meestal zeer traditioneel is, is het in de wereld van de steelstringgitaar zeer gebruikelijk te experimenteren met materialen, vormen en constructies. Dit zorgt voor een grote verscheidenheid aan instrumenten, waardoor de beginner door de bomen het bos vaak niet meer ziet. Een steelstringgitaar met 12 snaren staat bekend als 12-snarige gitaar. Alle snaren zijn dubbel uitgevoerd, waarbij vier van de zes standaardsnaren er een snaar naast krijgen die een octaaf hoger klinkt. De twee hoogste (dunste) snaren krijgen er een snaar bij die identiek is. Dit alles veroorzaakt een voller en rijker geluid.

Een enkele keer worden steelstringgitaren met bijvoorbeeld 7 (of een ander afwijkend aantal) snaren gemaakt. Drie veelvoorkomende modellen zijn de dreadnought, de standaardwesterngitaar en de jumbo, een grotere gitaar met meer volume.

Een elektrische gitaar is een gitaar die doorgaans geen klankkast heeft maar haar geluid uiteindelijk produceert door een luidspreker. De trillingen van de stalen snaren worden opgepikt door elektromagnetische opnemers (elementen) die bestaan uit magneten en spoelen. De verstoringen van het magneetveld worden omgezet in elektrische stroom die via een instrumentkabel van de gitaar naar een versterker wordt geleid. Deze versterker zet het elektrische signaal uiteindelijk met een luidspreker om in hoorbaar geluid. De vorm van de gitaar is nauwelijks van belang voor de uiteindelijke klank van de gitaar maar des te meer voor het speelgemak. Hoe minder geluid er van de trillende snaar wordt overgedragen op de ‘body’ van de gitaar, hoe langer een snaar kan blijven trillen. Dit lange doorklinken (sustain) geeft mogelijkheden die een akoestische gitaar niet heeft. Vaak is er op de elektrische gitaar eenvibratosysteem (ook bekend als tremolo, al is dat iets anders) gemonteerd, waarmee je de klank van de gitaar kan laten vibreren door de spanning in de snaren afwisselend te verlagen en te verhogen.

Enkele van de eerste elektrische gitaren gebruikten pickups van wolfraam en werden in de jaren dertig gemaakt door Rickenbacker, ontworpen door George Beauchamp. De eerste opname met een elektrische gitaar gebeurde door jazzgitarist Eddie Durham in 1937. Durham toonde het instrument aan de jonge Charlie Christian, die het instrument bekend maakte. Hij had een grote invloed op jazzgitaristen gedurende tientallen jaren.

Het bedrijf Audiovox bouwde midden jaren dertig een solidbody-gitaar en zou die ook verkocht hebben. In het begin van de jaren veertig bouwde musicus en uitvinder Les Paul, die werkte bij de Gibson Guitar Corporation, in zijn vrije tijd ook een solidbody-gitaar, en hij nam er patent op.

In 1950 en 1951 ontwierp Leo Fender, bouwer van elektronische versterkers, de eerste commercieel succesrijke solidbody elektrische gitaar met een enkele magnetische pickup, de “Fender Esquire”, voorloper van de Telecaster. In 1954 introduceerde Fender de Fender Stratocaster of de “Strat”. De Stratocaster is de meest verkochte gitaar aller tijden. Fender was ook de eerste die met een elektrische basgitaar kwam in 1951, de Precision Bass. (Bron: Wikipedia)

 

 

 


Posted in Blog, Geschiedenis van de gitaar.